Logica

Mooi zoals Douglas Harding in het meinummer van InZicht laat zien dat ik het leven van de aarde ben, dat de aarde het leven van de zon is en zo verder omhoog, tot je het alomvattend al bereikt waar woorden imploderen en er enkel nog zijn is (en wat je dus God kunt noemen). Deze lijn ook naar de andere kant doortrekkend zie ik dat verschijnselen als angst en zorgen - maar ook geluk en vrede - dus niet in mijn leven bestaan (of dat het mijn angst, zorgen, geluk en vrede zouden zijn), maar dat ze mijn leven zijn. Zoals ik het leven van de aarde ben, zo is angst (een aspect van) mijn leven.
Dat laatste klinkt misschien niet prettig, maar bedoeld wordt dat angst, samen met oneindig veel andere emoties (en wat al niet meer), kennelijk dus de manier is waarop 'ik' besta. Zoals de levens van mensen en andere dier- en plantensoorten geen parasitaire verschijnselen op de aarde zijn, maar samen het leven van de aarde zijn, zo is angst geen parasiet in mij, maar het leven van mij. Onuitroeibaar totdat ik zelf ben uitgeroeid.

Wat is logica toch mooi, nietwaar? En je kunt het zelfs nog mooier maken door de lijn weer terug te trekken naar 'het hoogste', want zoals ik dus het leven van God ben, zo zijn ook angst, zorgen, geluk en vrede (en alles wat je verder nog kunt verzinnen) het leven van God. En wat zou ik voor kritiek op het leven van God durven hebben?
Een bevrijdend inzicht? Kan ik mezelf van mijn angsten verlossen door in te zien dat ze simpelweg een organisch onderdeel vormen van mijn leven dan wel dat van God? Het zou kunnen, maar daar ga ik niet over. Misschien God?

Gepubliceerd in InZicht jrg 19, nr.4, november 2017



Terug